Voeding voor natuurlijke gezonde paarden

Om een goed rantsoen voor je paard samen te stellen worden drie stappen doorlopen.

 

STAP 1 Kijk naar het paard

Een paard laat erg veel signalen zien over voeding. Wij noemen hier een aantal belangrijke zaken om op te letten

  • Bepaal of het paard het juiste gewicht heeft. Eén van de richtlijnen om dit te kunnen bepalen is: bij lichte druk met een vlakke hand over de rib wand van het paard kun je de ribben duidelijk voelen. Het paard is dan niet te dik. Je kunt de ribben niet zien. Het paard is dan niet te schraal.
  • Kijk naar het gedrag of het paard. Met name of het paard meer lijkt te willen knabbelen. Hout van de boxdeur knagen, voernijd, veel strobedekking eten zijn aanwijzingen voor meer willen knabbelen
  • Kan het paard goed kauwen? Dit kun je zien door het paard een tijdlang te observeren en te kijken of er een gelijke verdeling tussen de kauwslag links en rechts. Als het paard proppen gedraaid hooi of kuil uit de mond laat vallen is dit ook een aanwijzing voor kauwproblemen.

 

STAP 2 Ruwvoer als basis van het rantsoen

Ruwvoer is echt de belangrijkste bron van energie en voeding voor het paard. Het wordt met name verteerd in de dikke darm van het paard.  Ruwvoer heeft een vezellengte van minimaal 2,5 cm. Het meest bekende is hooi, gras en kuil. Maar ook stro of luzerne zijn ruwvoer.

Een paard doet bijna niets liever dan grazen en stappen. In de weide graast en stapt een paard zeker 60 % van een etmaal. De overige 40% is min of meer gelijkmatig verdeeld over sociaal contact, rusten en staan of slapen en liggen. In de stal wordt minimaal 50 % van een etmaal besteedt aan rusten staan of andere activiteiten. Hieronder vallen ook stalondeugden. Nog gemiddeld 25% van het etmaal wordt gebruikt om het rantsoen op te eten, mits er voldoende ruwvoer ter beschikking is voor het paard. Nog eens 25 % is het paard aan het liggen of slapen of juist actief aan het arbeiden buiten de stal.

Hoe vaak? Regelmatig. Ideaal is vier ruwvoergiften op een dag. Of weidegang met voldoende gras. De periode waarin een paard geen ruwvoer kan eten is maximaal 6-8 uur. Anders is er verhoogd risico op het ontstaan van bijvoorbeeld maagzweren of stalondeugden. Gebruik van een slowfeeder kan zinvol zijn om de tijd dat het paard ruwvoer kan eten te verlengen. Of om teveel aan opname te beperken terwijl een paard toch voldoende tijd kan eten en knabbelen.

Hoeveel? Bepaal de conditiescore van het paard. Is het paard goed op conditie of juist te dik of te mager? Zijn er signalen die wijzen op de behoefte dat het paard meer wil knabbelen? Wegen van ruwvoer is erg zinvol om exact te weten hoeveel je geeft. Gebruik eventueel een slowfeeder of graasmasker om een goede balans tussen hoeveelheid ruwvoer en de opnametijd te creëren.

Hoe aanbieden? Vanaf de grond is het beste voor de luchtwegen, beenwerk en gebit. Ideaal voor bijvoorbeeld hooi of kuil is 20 cm van de grond.

Goede kwaliteit Gezond ruwvoer ruikt fris en een beetje kruidig. Niet zuur of muf. Voer geen ruwvoer met schimmelplekken. Dit kun je zien, maar ook herkennen door te ruiken en de voelen. Ruwvoer dat schimmel bevat ruikt muf en voelt stroef. Voer ook geen ruwvoer met broei of een baal met een dode muis of ander ongedierte in is gevonden.

De juiste voedingswaarde? De geschikte voedingswaarde hang af van de behoefte van het paard. Als je een ruwvoeranalyse laat maken weet je precies hoeveel energie, eiwit, suiker, mineralen en spoorelement het ruwvoer bevat. Hier kun je het soort ruwvoer, de hoeveelheid en supplementen op aanpassen. In de praktijk zullen weinig paardenhouders het ruwvoer laten analyseren. Veel bloei duidt op de eerste maai. Dit hooi bevat veel eiwit en suiker en heeft minder structuur/ celwanden. Het moment van de dag waarop het gras is gemaaid bepaald voor een groot deel het suikergehalte.

 

STAP 3 Krachtvoer kiezen als aanvulling op het ruwvoer.

Krachtvoer krijgt een paard voornamelijk

  • om extra energie, bouwstoffen voor training, groei of dracht op te nemen als aanvulling op ruwvoer
  • om voldoende vitaminen en mineralen op te nemen als aanvulling op het ruwvoer. Vaak bevat ruwvoer onvoldoende vitaminen, mineralen en spoorelementen. Tekorten van Vitamine E, Selenium, Magnesium worden bijvoorbeeld gezien. Om precies te weten hoeveel krachtvoer je paard nodig om voldoende vitaminen en mineralen op te nemen is een ruwvoeranalyse de standaard.  Zonder ruwvoeranalyse is de huidige richtlijn: een 600 kg paard krijgt met zekerheid voldoende vitaminen in mineralen binnen als aanvulling op ruwvoer bij 4 kg krachtvoer per dag. Zeer weinig paarden hebben deze extra 4 kg ook nodig als energiebron, waardoor dramflora verstoringen en andere klachten ontstaan. Daarom is het geven van een vitaminen mineralen supplement erg zinvol indien je geen ruwvoeranalyse hebt gedaan. Of een bloedonderzoek om te bepalen of een supplement nodig is