Skip to main content
  • was successfully added to your cart.

Vaccinaties en Titerbepaling

Vaccinaties bij hond en kat

Niet “meer”, maar beter: individueel schema met titerbepaling

Wij zijn niet tegen vaccineren—we zijn vóór maatwerk. Dieren met verminderde weerstand, (auto)immuunproblemen of andere aandoeningen hebben baat bij een zorgvuldig afgestemd beleid. Daarom combineren we actuele richtlijnen met titerbepaling (VacciCheck) om over- of onnodig vaccineren te voorkomen. Dit sluit aan bij de WSAVA Vaccination Guidelines (wereldwijde standaard voor gezelschapsdieren). 

Even terug naar de basis: immuunsysteem & maternale antistoffen

Pups en kittens krijgen via biest tijdelijk beschermende antistoffen (maternally derived antibodies, MDA). Zolang die spiegels hoog zijn, blokkeren ze de respons op vaccins. De duur van MDA varieert per dier en kan tot ≥16 weken (soms langer) aanhouden; precies daarom is timing zo belangrijk. De WSAVA adviseert een laatste core-vaccinatie op ≥16 weken om “window of susceptibility” te verkleinen. Daarmee zorg je ervoor dat alle honden en katten goed beschermd zijn tegen de kern vaccinaties.

Wat adviseert de WSAVA?

  • Puppy’s/kitten: start rond 6–8 weken, herhaal elke 2–4 weken tot ≥16 weken; booster op 6–12 maanden.

  • Daarna: core-vaccins (Parvo, Hepatitis en Distemper bij de hond) niet vaker dan elke 3 jaar.

  • Titeren is geschikt om bescherming te bevestigen en te bepalen wanneer de boosters gegeven moeten worden.

WSAVA (Day et al.): “De aanwezigheid van antistoffen—ongeacht de titerhoogte—correleert met bescherming en immunologisch geheugen; vaker vaccineren om de titer ‘nog hoger’ te maken heeft geen zin.” 

Waarom titeren (VacciCheck)?

Met één druppel bloed meten we antistoffen tegen de core-virussen:

  • Hond: hondenziekte (CDV), parvo (CPV-2), hepatitis (CAV-1/2).

  • Kat: panleukopenie (FPV) en componenten van niesziekte (FHV-1/FCV).

Wanneer zinvol?

  • Pup/kitten: op vaste momenten (bijv. 9, 13, 17 weken) om het ideale prikmoment te kiezen als MDA laag is.

  • 4 weken na vaccinatie: controle of deze is aangeslagen.

  • 3 jaar na laatste cocktail: bepalen of boosteren nodig is.

Praktisch: zo voeren wij de VacciCheck uit

  • Hond: klein prikje uit een adertje van de voorpoot (soms lip) – vaak zonder scheren.

  • Kat: klein prikje uit het oor of adertje van de voorpoot.

  • Uitslag wordt semi-kwantitatief afgelezen; bij voldoende titer is (her)vaccinatie niet nodig en plannen we een volgende titer over 1–3 jaar, conform WSAVA-denklijn. 

Core vs non-core: leptospirose (hond)

Leptospirose

Voor leptospirose (Ziekte van Weil) gelden aparte overwegingen:

  • Jaarlijkse hervaccinatie is gebruikelijk; bescherming is serovars-specifiek en regiorelevant.

  • Nieuwere tetravalente L4-vaccins dekken meerdere serovars en tonen duur van immuniteit ≥12–15 maanden in studies; bescherming is niet 100% en hangt af van expositie.

  • We adviseren risicogestuurd: leefstijl (zwemmen/sloten/ratten), streek, grootte/karakter van de hond. 

Kennelhoest 

Kennelhoest is een verzamelnaam voor infecties van de bovenste luchtwegen bij de hond, veroorzaakt door verschillende virussen en bacteriën, waaronder Bordetella bronchiseptica, Parainfluenza virus en soms Mycoplasma of adenovirus type 2.

Het is een multifactorieel ziektebeeld, waarbij stress, huisvesting, ventilatie en immuniteit een belangrijke rol spelen.

De kennelhoestvaccinatie is geen wettelijk verplichte vaccinatie, maar wordt vaak verplicht gesteld door pensions, hondenscholen, uitlaatservices of shows.

De WSAVA en Nobivac/Versican-richtlijnen adviseren vaccinatie alleen bij verhoogd risico op blootstelling (sociale honden, pensions, shows, uitlaatgroepen).

Een gezonde hond zonder intensief contact met andere honden heeft doorgaans geen noodzaak tot jaarlijkse kennelhoestenting.

Rabiës

Rabiës (of hondsdolheid) is een zoönose die bij wet verplicht is bij reizen naar of vanuit het buitenland.

De vaccinatie beschermt tegen een dodelijk virus dat via speeksel van besmette dieren (meestal door een beet) wordt overgedragen.

Wettelijke verplichting

Volgens de Europese regelgeving (EU-Verordening 576/2013) geldt:

  • Honden, katten en fretten die de landsgrenzen overschrijden moeten minimaal 21 dagen voor vertrek gevaccineerd zijn tegen rabiës.

  • De vaccinatie mag pas gegeven worden vanaf 12 weken leeftijd.

  • De geldigheidsduur is drie jaar voor de meeste moderne vaccins (bijv. Nobivac Rabies).

  • De vaccinatie moet geregistreerd worden in het EU-dierenpaspoort door de dierenarts.

Binnen Nederland is de rabiësvaccinatie niet verplicht, tenzij men naar een gebied reist waar rabiës voorkomt (zoals Oost-Europa of buiten de EU).

Sommige eilanden (zoals Engeland, Ierland, Zweden en Noorwegen) eisen bovendien aanvullende maatregelen zoals titerbepaling van rabiësantistoffen of quarantaine.

Katten: schema & MDA

Ook bij kittens kunnen de maternale antilichamen lang aanhouden. Daarom: series tot ≥16 weken, daarna booster 6–12 mnd, en serologie om onnodige boosters te vermijden—conform WSAVA/AAHA-AAFP inzichten. 

Bijwerkingen en integratieve blik

Vaccins zijn in het algemeen veilig. Zoals bij elke medische ingreep kunnen bijwerkingen optreden (meestal mild/van korte duur). Bij gevoelige dieren kiezen we eerder voor titer-gestuurd prikken, goede voeding, darmgezondheid en stressreductie.

Binnen een TCM-kader kijken we naar balans (Lever/Wei/Milt) en plannen we vaccinaties bij voorkeur op momenten dat het dier klinisch stabiel is. Dit doen we middels acupunctuur, Chinese kruiden en voedingssupplementen.

Samengevat: ons beleid

  1. Anamnese & risico-inschatting (leefstijl, regio, ziekten).

  2. Kernvaccins: WSAVA-conform schema met titerbepaling om het juiste moment te pakken en boosters te spaceren.

  3. Leptospirose: individueel, op basis van omgeving & expositie.

  4. Kennelhoest: individueel, op basis van risico.
  5. Rabies: individueel, op basis van buitenlandreizen.
  6. Nazorg & monitoring: Door middel van acupunctuur, voedingssupplementen en Chinese kruiden maken we een balans. Met behulp van nosodes en bioresonantie minimaliseren we bijwerkingen en maximaliseren we bescherming.

Literatuurverwijzingen 

  1. Day, M. J., Horzinek, M. C., Schultz, R. D., & Squires, R. A. (2016). WSAVA Guidelines for the Vaccination of Dogs and Cats. Journal of Small Animal Practice,

  2. Day, M. J., & Schultz, R. D. (2020). WSAVA Global Vaccination Guidelines: Frequently Asked Questions. World Small Animal Veterinary Association (WSAVA).

  3. Stavisky, J., et al. (2023). Maternal antibody interference and vaccination response in puppies: a review.Veterinary Microbiology.

  4. Lappin, M. R., & Elston, T. (2020). 2020 AAHA/AAFP Feline Vaccination Guidelines. Journal of Feline Medicine and Surgery

  5. Litster, A. L., et al. (2012). Effect of age and maternally derived antibodies on response to canine parvovirus vaccination. Journal of Veterinary Internal Medicine.

  6. Killey, R., et al. (2018). Comparative evaluation of an in-practice rapid ELISA test (VacciCheck®) for detection of antibodies against CDV, CAV and CPV in dogs. Veterinary Record.

  7. Jung, K., & Saif, L. J. (2015). Antibody-based detection methods and serology in veterinary viral infections.Veterinary Microbiology

  8. Ellis, J. A. (2021). Leptospirosis in dogs: Update on serovars, vaccines and duration of immunity. Pathogens

  9. Sykes, J. E., et al. (2022). Canine leptospirosis: Epidemiology, diagnosis, and prevention. Journal of Veterinary Internal Medicine

  10. WSAVA Vaccination Guidelines Group (VGG). (2023). Vaccination Guidelines Summary Chart. World Small Animal Veterinary Association.

  11. Ford, R. B., et al. (2021). Canine infectious respiratory disease complex (CIRDC): pathogenesis, prevention, and vaccination update. Veterinary Clinics of North America: Small Animal Practice

  12. WSAVA Vaccination Guidelines Group. (2023). Non-core Vaccines: Kennel Cough (CIRDC). In: WSAVA Global Vaccination Guidelines Update.

  13. Acha, P. N., & Szyfres, B. (2020). Rabies: zoonoses and communicable diseases common to man and animals (3rd ed.). World Health Organization / PAHO.

  14. European Parliament and Council of the European Union. (2013). Regulation (EU) No 576/2013 on the non-commercial movement of pet animals. Official Journal of the EU.

  15. Cliquet, F., et al. (2018). Duration of immunity and serological response after rabies vaccination in dogs: a review.Vaccine.