Vaccicheck

De vaccicheck is sinds januari 2016 officieel erkend als meetmethode voor het bepalen van antilichamen en is daardoor ook geaccepteerd door officiële instanties. En wordt dus ook geadviseerd door de WSAVA.

Wat meet de VacciCheck Titerbepaling precies?

De VacciCheck Titerbepaling bepaald of een hond of kat voldoende antilichamen (titer) heeft in het bloed. Bij de hond wordt getest op drie verschillende virussen: Hondenziekte, Parvo en Hepatitis. Dit zijn de drie virussen waartegen gevaccineerd wordt met de cocktailenting.  Als de titer in het bloed voldoende hoog (boven S2) is heeft de hond geen cocktailenting nodig. Aan de hand van de hoogte van de titer adviseert de dierenarts wanneer de volgende VacciCheck moet worden gedaan. Als de hond een goede titer heeft wordt de volgende VacciCheck 1 tot 3 jaar later weer ingepland. Bij de kat wordt er getest op kattenziekte (panleukemievirus) en niesziekte (Herpes en calicivirus). Ook bij de kat kunnen we een advies geven om te enten, of na 1 tot 3 jaar een nieuwe titertest te doen.

Uitvoering

We hebben 1 druppel bloed nodig voor het uitvoeren van de test. Bij de hond wordt dit meestal gedaan uit een adertje in de voorpoot. Hij krijgt een stuwbandje om de poot en er wordt met alleen een dun naaldje (zonder spuit) bloed geprikt. Dit prikje voelen ze praktisch niet, alleen kan het vasthouden van het pootje en de hond wat leiden tot stress. Bij sommige honden waar we de ader niet goed kunnen zien en voelen kan besloten worden om de  huid een beetje te scheren. Een andere manier om bloed te prikken is een klein naaldje in de binnenzijde van de lip te prikken, ook dit wordt meestal niet als vervelend gezien.

Katten worden uit het oor geprikt. Met hetzelfde dunne naaldje wordt er een bloedvaatje in het oor aangeprikt waar voldoende bloed uitkomt voor het uitvoeren van een titer.

Wanneer is het zinvol om een VacciCheck Titerbepaling bij uw hond of kat te doen?

  • Bij een pup of kitten om het optimale tijdstip van de vaccinatie te bepalen. Dit is wanneer de maternale antilichamen laag zijn geworden. De Vaccicheck Titerbepaling wordt gedaan als de pup 6 weken of de kitten 9 weken oud zijn. Als de bescherming goed is, wordt er 3 weken later nogmaals getitert. Als de bescherming te laag is wordt er gevaccineerd. Doordat er exact uitkomt waartegen het dier nog goed of niet goed beschermd is, kan er per virus apart worden gevaccineerd (helaas niet mogelijk bij alles. De hepatitis bijvoorbeeld, is alleen beschikbaar in de cocktail). Het principe is dus pas vaccineren als de bescherming vanuit de biest minimaal is. Dit kan soms als de pup of kitten heel veel antistoffen heeft ervoor zorgen dat er op 6, 9, 12, 15, 18 en zelfs 21 weken getitert moet worden.
  • 4 weken na een vaccinatie om te kijken of de vaccinatie voldoende bescherming heeft gegeven. Het komt toch nog wel eens voor dat een vaccinatie niet is aangeslagen.
  • Drie jaar na de laatste cocktailenting.