Voeding bij hond en kat
Praktische gids: brok, blik, KVV & BARF – wat past bij jouw dier?
Inleiding
Over voeding wordt veel (en fel) gediscussieerd. Dat snappen we: er zijn veel keuzes en evenzoveel meningen. Bij Natuurlijk Gezonde Dieren kijken we nuchter en integratief: wat zegt de biologie van hond en kat, wat is praktisch haalbaar, wat doet het met darmen, huid, energie en gedrag—en vooral: hoe reageert jouw dier? Onze voorkeur gaat uit naar natuurlijk samengestelde, minimaal bewerkte voeding, maar het uitgangspunt blijft: het individuele dier.
Carnivoren: wat zegt de anatomie?
Honden en katten zijn primair carnivoren. Dat zie je aan:
-
Schaargebit om te scheuren/knippen i.p.v. malen;
-
Zeer zure maag (kan bot oplossen) en korte darmen;
-
Speeksel bevat geen amylase (koolhydraat-enzym), de vertering start in de maag.
In het wild wordt een prooi gegeten: spiervlees, bot, organen en (afhankelijk van soort) darminhoud/vezels. Honden verdragen doorgaans meer vezels/darminhoud dan katten; katten zijn uitgesproken vleeseters.
Overzicht voedingsvormen
1) Brokken
Pluspunten:
- makkelijk, constant, lang houdbaar.
Minpunten:
-
Productie op hoge temperatuur → Maillard-producten/AGE’s en acrylamide kunnen ontstaan; vetten kunnen oxideren.
-
Vaak hoog in koolhydraten; laag vochtgehalte → weinig vochtinname, zeker bij katten.
-
Smaak- en textuurmiddel zorgen niet per se voor betere tandhygiëne.
TCM-kijk: brok wordt gezien als “heet en zoet” → kan bij gevoelige dieren leiden tot hitte/vocht‐patronen (MAAG/DARM), met vatbaarheid voor jeuk, diarree/obstipatie of laaggradige ontstekingen.
2) Blikvoer (natte voeding)
Pluspunten: hoog vochtgehalte, vaak betere acceptatie; moderne “meat-first” varianten met mooie vlees/orgaansamenstelling bestaan.
Let op: sterilisatie = verhitting met Maillard-reacties; sommige varianten bevatten nog granen/bijproducten of zijn aanvullend (geen compleet menu). Bot zit zelden in blik (calcium/fosfor-balans komt dan uit premix).
3) Rauw vlees
KVV (compleet vers vlees) en BARF (Bones And Raw Food) sluiten anatomisch goed aan.
Pluspunten: minimaal bewerkt, hoge vochtinname, vaak goede vacht/huid/darm respons.
Aandachtspunten: kwaliteit & hygiëne bewaken; samenstelling per merk verschilt (vlees/bot/orgaan/groenten). Afwisselen van merken/diersoorten ↑ voedingsdiversiteit.
KVV: praktisch en compleet
KVV biedt een kant-en-klaar rauw menu in worsten/schijven. Kijk naar:
-
Diersoorten: afwisselen (kip, rund, lam, eend, vis, wild)
-
Verhouding: spiervlees / orgaan / bot (en evt. groenten)
-
Transparantie/kwaliteit van de producent
Tip: Voerwijzer geeft een onafhankelijk overzicht van samenstellingen en filosofieën per merk. Afwisseling blijft het sleutelwoord.
BARF: zelf samenstellen
Volledige controle, maximale transparantie—maar rekenen & plannen is vereist.
Richtlijn (geïnspireerd op Billinghurst, door ons licht aangepast):
-
Rauw vlees met bot (RMB):
-
hond ±50%, kat 40–50%
-
Altijd rauw (gekookt bot = splintergevaar)
-
Niet-dragende botten (rib, wervel, karkas, nek; géén keiharde schenkel/knie)
-
-
-
Spiervlees/vis: hond 0–20%, kat 30–40%
-
Orgaan (lever, nier, hart, pens, maag, long): hond 10–15%, kat 20–25%
-
Groenten/peul/fruit: hond ±15%, kat ±5% (fijnmalen/koken = betere verteerbaarheid)
-
Koolhydraten (rijst/haver e.d.): hond 0–10%, kat 0–2% (optioneel)
-
Supplementen/zaden/kruiden/oliën: hond ±10%, kat ±5% (o.a. omega-3, kelp/zeewier, ei, probiotica)
Variatie over weken is belangrijker dan perfectie per dag.
Hygiëne bij rauw voeren
Hanteer dezelfde keukenhygiëne als met kip of vis voor mensen:
-
Schone snijplanken/messen; handen wassen; snel koelen/vriezen; ontdooien in koelkast.
-
Dieren met verminderde weerstand → extra voorzichtig.
Kauwen, bot en gebit
Echt kauwwerk ondersteunt gebitsverzorging beter dan brok.
-
Grote gedroogde kauwsnacks (oren, pezen, spieren) masseren tandvlees en verminderen tandplak.
-
Rauwe eetbare botten (passend bij formaat dier) kunnen tandsteen helpen reduceren.
-
Let op veiligheid: altijd toezicht; kies geschikte botsoorten/groottes; nooit gekookte botten.
Groenten: vezels & prebiotica
Vlees bevat geen vezels. Groenten leveren:
-
Prebiotica (voeding voor darmflora)
-
Vulling bij hongergevoel (overstap van brok → vers)
Praktisch: 80% vlees / 20% groente (hond), 95/5 (kat). Koken/stomen en fijnmalen voor betere verteerbaarheid; variëren per seizoen.
Overstappen van brok naar vers
- Meeste dieren kunnen direct over. Serveer op kamertemperatuur.
-
Diarree? Vaak tijdelijk. Eventueel verteringsenzymen, prebiotica en probiotica.
-
Kieskeurige eter? Mengen en stapsgewijs opbouwen; varieer in diersoorten/merken. Maar, wist u dat een kieskeurigheid vaak zelf door het microbioom wordt getriggert… Vaak is bij een erge kieskeurigheid een pathogene biofilm de boosdoener. Met behulp van onze integratieve darmtherapie kunnen we dit genezen.
-
Katten zijn vaak nog lastiger dan honden — werk desnoods via (goede) natvoeding naar rauw.
Hoeveelheid voeren (vuistregels)
-
Volwassen: 20–30 g/kg/dag
-
Pup/kitten: 40–60 g/kg/dag
Afvallen? Speel met groente-aandeel (meer vulling, weinig kcal). Altijd corrigeren op conditiescore (BCS).
Pups & senioren
Verwarm het eten licht (lauw, niet koken) – jonge en oudere dieren hebben vaak zwakkere Milt-Qi (TCM); te koud voedsel kan de vertering remmen.
Ontwormen & immuniteit
Een zure maag van carnivoren is een eerste barrière. Toch blijft periodieke controle/ontwormstrategie zinvol—afgestemd op leefstijl (rauw voeren, jagen, gezinssituatie). Overleg over een op maat schema.
Rasverschillen: leuk om rekening mee te houden
Oorsprong en traditionele voedselbronnen verschillen per ras (klimaat, werk, beschikbaarheid). Het verandert de basis (carnivoor) niet, maar kan inspireren bij samenstellen (bijv. vis/zeevet voor noordelijke typen, iets meer vezel bij herders).
Conclusie
Er is niet één perfecte voeding voor alle dieren. Kies minimaal bewerkt, voedzaam, vochtrijk en observeer je dier: energie, ontlasting, huid/vacht, jeuk, gedrag. Wissel verantwoord af, bewaak hygiëne, en bouw een menu op dat past bij biologie én praktijk.
Heb je klachten of twijfel je? We kijken graag mee—en koppelen voeding aan darmtherapie, huid-/allergie-aanpak of senior-ondersteuning.
Literatuur
-
NRC (2006). Nutrient Requirements of Dogs and Cats. National Academies Press.
-
FEDIAF (2023). Nutritional Guidelines for Complete & Complementary Pet Food.
-
WSAVA (2021). Global Nutrition Guidelines & Toolkit.
-
Dozier, C., et al. (2024). Moisture intake and urinary health in cats fed dry vs wet diets. J Feline Med Surg, 26(5), 345–353.
-
van Rooijen, C., et al. (2013). Processing effects on nutrients and Maillard products in pet foods. Anim Feed Sci Tech, 179(1–4), 64–72.
-
Aldrich, G. (2019). Understanding carbohydrate in dog/cat foods. Top Companion Anim Med, 34(2), 46–53.
-
Freeman, L. M., et al. (2013). Current knowledge about raw meat diets for dogs and cats. J Am Vet Med Assoc, 243(11), 1549–1558.
-
Davies, R. H., et al. (2019). Microbiological hazards of raw pet food. Vet Rec, 184, 709.
-
Marx, F. R., et al. (2016). Dental fractures associated with chewing bones in dogs. J Vet Dent, 33(4), 226–231.
-
Beloshapka, A. N., et al. (2011). Effect of diet type on canine gut microbiota. Br J Nutr, 106(S1), S124–S127.
-
Bennett, S. L., et al. (2023). Dietary fiber and the canine microbiome. Front Vet Sci, 10, 1178892.
-
Billinghurst, I. (2016). Give Your Dog a Bone. (BARF-klassieker; praktische richtlijnen.)